Een bericht uit de krant van 21 januari 1958..


Pastoor Bongenaar ( Hengstdijk) Ridder in Italiaanse orde.
Voor werk tijdens bezetting. Pastoor G. Bongenaar van Hengstdijk is gisteren benoemd tot Ridder van een hoge Italiaanse orde, een onderscheiding die zelden wordt verleend. Pastoor Bongenaar mag zich officieel noemen “Cavaliere dell Cerdine al Merito della Republica Intaliana.” Per post werd hem gistermorgen deze bijzondere onderscheiding bekend gemaakt en kort daarna arriveerden de daarbij behorende versierselen. De onderscheiding is verleend door de president van de Italiaanse republiek, Gronchi. Aanleiding voor deze benoeming is het vele werk dat Bongenaar tijdens de bezettingsjaren heeft gedaan voor de geestelijke en culturele verzorging en verheffing van de Italiaanse militairen. Die in het bezettingsleger moesten dienen.

Velen van hen vonden , vaak na jaren verblijf in den vreemde, een toegewijde leidsman in (toen) kapelaan Bongenaar van Teteringen. Talrijke Italiaanse militairen in en rond Breda kenden de Italiaans sprekende kapelaan en dat hij voor hen veel heeft betekend blijkt wel uit het feit, dat de president van de Italiaanse Republiek hem nu het ridderschap dell’ Cerdine al Merito heeft toegekend.

De onderscheiden pastoor is destijds, eigenlijk als persoonlijke hobby, Italiaans gaan studeren. Die studie heeft rijke vrucht afgeworpen. Hierbij doelen we natuurlijk niet op de onverwachte en indrukwekkende decoratie, maar op al hetgeen pastoor Bongenaar toen als jong en enthousiast kapelaan voor de ver van huis verblijvende en in den vreemd, hun zeker niet sympathiek leger dienende, militairen heeft gedaan. Met velen van hen heeft hij na de oorlog nog contact onderhouden. Dat zij hem niet vergeten zijn, blijkt uit wat de post gisteren in het kleine en stille hengstdijk te bezorgen kreeg aan de pastorie. Velen delen van harte in de vreugde om de onderscheiding. Terwijl wij gisteren met pastoor Bongenaar spraken, belde een grote groep schooljongens aan, om de pastoor te feliciteren. Ook het gemeentebestuur en meerdere vertegenwoordigers van de wereldlijke en geestelijke instanties kwamen de nieuwbenoemde ridder gelukwensen.